Het Wel en Wee van de Regels. 6

Het Wel en Wee van de Provisionele bal.

Antwoord op de door Rob Eylander geschetste praktijksituatie.

De term ‘provisionele bal’ vinden we in 1908 voor het eerst in de Rules of Golf, nadat in 1902 het spelen van een extra bal voor een mogelijke out of bounds-bal was geïntroduceerd. De regelgevers van toen waren duidelijk: ‘If it be doubtful whether a ball has been played out of bounds another may be dropped and played, but if it be discovered that the first ball is not out of bounds, it shall continue in play without penalty.

Blijkbaar werden in die jaren veel golfers gekweld door het manco aan keuzevrijheid in deze Regel. In 1952 zien we dan ook  in toentertijd Regel 30-2: ‘Election of Ball to be Played’, wat inhield dat de speler bij het alsnog terugvinden van de oorspronkelijke bal in bounds, hij mocht kiezen met welke bal hij verder wilde spelen. In de jaren daarna werd deze keuzevrijheid sluipenderwijs weer teniet gedaan, tot in 1964, nog steeds onder Regel 30, de versie verscheen, zoals wij die nu kennen. Of we er blij mee zijn? Het door Rob Eylander geschetste praktijkvoorbeeld  en het totaal van 25 Decisions doet ernstig vermoeden van niet.

De huidige Regel 27-2 vertelt ons precies wanneer we al dan niet een provisionele bal mogen slaan en hoe we moeten handelen. De Regel op zich is duidelijk, en over het algemeen redden we ons er wel mee:

 

  1. Een bal is mogelijk out of bounds of verloren buiten een waterhindernis.
  2. Speler speelt een provisionele bal  ( na dit te hebben gemeld).
  3. Speler speelt provisionele bal tot plaats waar oorspronkelijke bal mogelijk ligt. Dit kunnen meerdere slagen zijn en zolang  blijft deze bal provisioneel en de oorspronkelijke bal de bal in het spel.
  4. Indien de oorspronkelijke bal wordt gevonden en deze niet out of bounds ligt, dan blijft dit de bal in het spel. De provisionele bal gaat terug in de tas.
  5. 5.    Indien de oorspronkelijke bal niet wordt gevonden of deze out of bounds ligt, dan gaat de speler verder met de provisionele bal. Wanneer de speler een slag doet met de provisionele bal van de plaats waar de oorspronkelijke bal vermoedelijk ligt, of van een punt dichter bij de hole dan die plaats, wordt de provisionele bal de bal in het spel. (R 27-2b).

 

In de geschetste situatie is het niet geheel duidelijk vanaf welke plaats de tweede bal out of bounds werd geslagen. Maar omdat  de oorspronkelijke bal ‘niet werd gevonden en er werd besloten verder te spelen met de provisionele bal’ is het aannemelijk dat dit was vanaf de plaats waar de oorspronkelijke bal vermoedelijk lag, of misschien nog dichter bij de hole. Op het moment van spelen werd deze provisionele bal dus de bal in het spel. De oorspronkelijke bal, die uiteindelijk werd gevonden, gespeeld en uitgeholed, was niets anders dan een verkeerde bal.

Wanneer de speelster een keurige ‘streep’ voor de bewuste hole had genoteerd – het betrof immers een Stableford wedstrijd – dan was het in orde geweest. Echter: met een ‘1’ voor de hole leverde ze een verkeerde kaart in, en daarom had ze moeten worden gediskwalificeerd. Ook tijdens de Seniorenmiddag.


Gerry Huizenga.

 

(ER)